Ahrens Fox 1923 -1977

Metrostation Schiedam centrum

 

 

 

Vorige maand September 2010 Volgende maand
Ma Di Wo Do Vr Za Zo
    1 2 3 4 5
6 7 8 9 10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26
27 28 29 30      

 

Zwart Nazareth

Zwart Nazareth is een inmiddels in onbruik geraakte bijnaam voor de stad Schiedam.

In de 19e eeuw was Schiedam het centrum van de jenever-industrie in Nederland. Met name tussen 1870 en 1890 bloeide deze industrie. De keerzijde hiervan was een enorme vervuiling van de met steenkool gestookte branderijen en de glasfabriek, het alcoholisme, open riolen en cholera-epidemieën en de erbarmelijke huisvesting van de arbeiders. Straatnamen als 'Verbrande Erven' spreken in dat verband boekdelen.

Schrijver Bordewijk wijdde de novelle 'Verbrande Erven' aan Schiedam met als treffend citaat over de toestand van de stad: "Des zomers lag zij te midden van het sappigst Hollands weidelandschap te braken als een zwarte vulkaan. De felle vuren der glasblazerijen omkringden haar in een krans helse rozen".

Ook het beeld dat Piet Paaltjens in zijn gedicht 'Het zwart Schiedam' schetste was weinig rooskleurig. Hij werd in Schiedam zo depressief dat hij zijn leven beëindigde. De Rotterdamse band The Amazing Stroopwafels bezong Zwart Nazareth (en Piet Paaltjens) in een gelijknamig lied.

Een treffende beschrijving van de sociale omstandigheden aldaar aan het begin van de 20e eeuw kunnen we ook vinden in het boek "De eeuw van mijn vader" van de Nederlandse auteur Geert Mak.

Na 1960 zijn de sloppenwijken van Schiedam gesloopt om plaats te maken voor sociale woningbouw.

 

Amazing Stroopwafels

Zwart Nazareth

Tekst en muziek: Wim Kerkhof

Hij ziet aan 't einde van de lange dijk
Een stad met korenmolens staan
Een lokkend vergezicht voor reizigers
't Is nog een goed kwartier te gaan
Maar dichterbij, 't is onbestemd
Een vreemde geur die hem beklemt

Achter de Teerstoof, verbrande erven
Daar woont het grauw, Jan met de pet
Open riolen, waar zelfs de ratten sterven
Welkom in Zwart Nazareth

Tussen de huizen aan de smalle gracht
Hangt kolendamp en afvalstank
Hij loopt behoedzaam donk're stegen in
En alles ademt sterke drank
De branderijen braken vuur
Wat doet hij op dit late uur?

Achter de Teerstoof, verbrande erven
Daar woont het grauw, Jan met de pet
Open riolen, waar zelfs de ratten sterven
Groeten uit Zwart Nazareth

En vuile kind'ren drommen om hem heen
In sloppen heerst de difterie
Hij komt op goed geluk het doolhof uit
Voor de Hervormde pastorie
Een vrouw vraagt: Viel de reis u mee?
U bent de nieuwe dominee

Achter de Teerstoof, verbrande erven
Daar woont het grauw, Jan met de pet
Open riolen, waar zelfs de ratten sterven
Groeten uit Zwart Nazareth

Schiedam: Zwart Nazareth
Hier kunt u het lied beluisteren
 
 
 
Het rechtse pand is de voormalige pastorie
waaraan in het gezongen epos gerefereerd
wordt
 
Iets over het Schiedams;
 
Een kenmerkend iets van veel Schiedammers is dat zij de 'H' niet uitspreken wanneer een woord daarmee begint, maar 'm wel gebruiken
waar dit niet van toepassing is! Een Schiedamse treinconducteur riep wanneer zijn trein in den Haag arriveerde altijd; den Aag, station den Aag. Een reiziger die dat al meermalen was opgevallen maakte daarover eens een opmerking tegen hem, maar de betreffende conducteur reageerde met: dat trek ik in Hamsterdam wel weer recht!
 
 

Dagje Gibraltar....

Drie verblijven aan de Costa del Sol heb ik kans gezien om een dagtochtje naar dat stukje Groot Brittannië tactisch te ontlopen, de vierde keer was er echter geen ontkomen meer aan. Omdat leed mij bij voorkeur ook niet teveel mag kosten, werd de trip geboekt bij een British travelagency, die het deed voor éénderde van de prijs, dan, die waar de hostes van Hotelplan mee liep te leuren. Met z'n vijven scheelde dat mooi elfduizend harde Pesetas. De bus die ons bij  onze appartementen zou ophalen was wonderwel op tijd, maar dat mag ook wel wanneer je als eerste op de routelijst staat. Verderop zou het problematischer worden, oa een hele familie die nog lag te slapen toen de bus al voorstond. De Engelse vrouwlijke gids heeft zich toen vervolgens persoonlijk in de wekprocedure gestort, en na een tiental minuten kwam zij terug met in haar kielzog vier volwassenen, en drie kinderen. Tijd voor een ochtendopfrisbeurt zal er niet geweest zijn, getuige de wolk penetrante lijflucht waarin het gezelschap gehult ging bij het betreden van het vervoermiddel. Na wat gehakketak over wie, waar moest zitten, en met welke kleine, waarbij enpassant ook de eerste klappen vielen, zette de bus zich weer in beweging. De laatste halte op de route gaf ook nog wat problemen, twee personen bleken manco, maar konden later nog net uit een groepje dat op een tripje naar Granada stond te wachten, gevist worden. Het gezelschap was compleet. Het inleidende praatje van de gids was aan mij niet besteed, ik versta alle soorten Engels, behalve dat van een onderdaan van dat bizarre Koninkrijk. Vrede daalde over de bus, behalve het gedeelte waar de zo ruw gewekten zich bevonden, daar bleef het rumoerig en onrustig, een kotsend kind, en één die z'n ochtendurientje nog niet kwijt was. Een Colafles moest uitkomst brengen. Die moest dus wel eerst van zijn oorspronkelijke inhoud worden ontdaan , waar de familie zich vol verve  aan overgaf.

Na een drie kwartier rijden wordt een stop gemaakt voor koffie, snack, broodje, een plasje cq poepje, men bekijkt het maar, over een half uur wordt de reis voortgezet. De mannen, ook een enkele vrouw, gaan voor de eerste pints....

De bus met nu nog een complete inhoud vervolgt zijn tocht, nu over de hele linie toch wat rumoeriger, de pinten beginnen te werken. Na een minuut of twintig pakt de gids de microfoon en begint over het weer in Gibraltar, het enige wat ik er van versta, is, dat het daar wat cloudy is....lekker zeg, hier schijnt de zon gelukkig nog volop. Later zal ik vernemen dat het over het algemeen altijd cloudy is in Gibraltar, oorzaak; een permanente wolk die boven die rots hangt, the head of Gibraltar.

De rots komt in zicht, en bij het aanschouwen van dit stukje overzees gebiedsdeel, raken Albions zonen en dochteren enbloc buiten zinnen, welk stadium een ultiem hoogtepunt bereikt wanneer daar bovenop ook nog eens de Union Jack gesignaleerd wordt. Kolere, wat kunnen die lui tekeer gaan om niks. De autoweg houdt op voor Gibraltar, en de rijrichting die gevolgd moet worden om er te komen, voert door het Spaanse stadje San Roqeu, waar zich een gevangenis van behoorlijke importantie bevindt. De bewoners van deze plaats, steken middels door spuitbussen meer dan mansgrote aangebrachte teksten op muren, niet onder stoelen of banken dat zij vinden dat Gibraltar bij hen hoort! Na wat gezigzag door straatjes, komt nu de ingang van Gibraltar in beeld, en weer heeft het er alle schijn van dat de volledig bezetting (minus vijf personen) massaal aan het klaarkomen is. 't Is druk voor de poort, drukte die vooral bestaat uit veel mannen in groene uniformen; de Guardia Civil.De landtong die voert naar Gibraltar is nog Spaans grongebied, en is geheel afgezet door de groene mannen, die als maakt het deel uit van hun exercitie, als één geheel de middelvinger van de rechterhand omhoog steken wanneer de bus passeert....

De bus rijdt nu op een douaneloods af, iedereen uitstappen. Langs een wandelcirquit dat sterk doet denken aan de hekjestoestanden voor de wachtenden bij een populaire atractie in een pretpark, komt men bij de Engelse douane. Vrij probleemloos hebben daar de handelingen plaats die doorgaans gepaard gaan met grensoverschrijdingen. We mogen de bus weer in, waar vervolgens een slagboom voor wordt geopend....de bus trekt een stukje op, tot aan een volgende gesloten slagboom. Die blijft nog zeker tien minuten gesloten, totdat er twee straaljagers van de RAF zijn gelandt. Gibraltar kom je binnen over de start/landingsbaan van een luchtmachtbasis. De baan wordt vrij gegeven. Na enkele minuten rijden nadert de bus de stadspoort van Gibraltar, vanaf hier is het lopen geblazen....

We lopen de hoofdstraat in, ondertussen spiedend naar een etablishement om ons te laven, maar dit is Engels grondgebied, en dat verloochent zich nooit. Dezelfde gore eettenten als in het moederland.... maar gelukkig, daar omtwaren wij een Burger King. Zij hanteren iig een strak protocol aangaande hygiëne en aanverwante zaken. Soms kan een mens uitermate blij worden bij het waarnemen van zo'n logo. Net wanneer wij gaan zitten op het buitenterras, wordt er een dovenkaartje op ons tafeltje gelegd, dat prompt weer weg waait ook. Vijf minuten later meldt de man zich weer, en eist geld voor het kaartje, nee dus. Wanneer hij aan blijft dringen voer ik hem, als ware het een blinde, naar de plaats waar het kaartje op straat ligt. Vloekend raapt hij het op en vervolgt zijn weg. Later zal ik in een overdekt winkelcentrum het uitreiken der kaartjes aanschouwen door een malafide figuur met cowboylaarzen, vest, en hoed, bij wie die gasten eerst hun zakken moeten leegmaken. Een stuk of twaalf doven werden op die manier met kaartjes bevoorraadt. Doven, die duidelijk wel reageerden toen ik een tweehonderd pesetamunt op de vloer liet vallen, misschien overgevoelig voor trillingen?

Maar, mis je iets wanneer je nooit aan Gibraltar toe komt? Jawel hoor, een hoop zon, maar voor de rest niet veel! De kabelbaan die je naar de apen moet brengen, heb ik gelaten voor wat ie was. Uit landen waar ze veel meer ervaring met die dingen hebben, hoor je met enige regelmaat toch ook de raarste verhalen, en de twee ambulances en twee brandweerwagens die bij de ingang stonden, maakten mijn vertrouwen erin zeker niet groter. Oké, een Bobby met een mediterraans voorkomen, leuk, maar om daarvoor naar Gibraltar te gaan, of om een Schoener naast een Fregat te zien liggen, of om een blik te werpen op een vijftigtal inheemse paria's die daar sociaal tussen de wal en het schip zijn geraakt, en dus dagelijks een paar uur met spandoeken door de straten lopen, luidkeels hun ongenoegen uitschreeuwend, voorafgegaan door een trommelaar????

5 uur, verzamelen maar weer, de bus in. De langslapers komen niet meer opdraven. Tochtje over de startbaan, de bus uit! Tijd voor de Spaanse Douane, tijd voor wraak dus.... van hun kant. Tassen, zakken, alles omkeren/leegmaken....alles gaat door de hand, wordt bevoeld, beknepen, binnenstebuitengekeert, afijn al het denkbare. Paspoorten worden gescand, en de bus door een aantal Gardisten met detectors onder handen genomen....zo'n anderhalfuur wordt je bezig gehouden, dan kan de thuisreis een aanvang nemen. Nog een laatste middelvingergroet van de nu sterk gereduceerde ploeg groene mannen....op naar het normale Spanje, daar waar de zon gewoon weer schijnt!

Nichols

 

Zomaar een droom....

Mijn vrouw had om onduidelijke reden een warme maaltijd voor mij besteld, die vier uur later door een Engelssprekende junk bezorgd werd. Twee borden over elkaar, met een bruin dik elastiek er omheen, bevattende; een vieze ijskoude brij. Hij maakte een soort verontschuldiging over de late levering, en besloot dat het geleverde niet betaald hoefde te worden. Ik ging naar buiten om ergens maar iets te kopen. Ik moest een brede straat oversteken, waar nogal hard gefietst werd (zo zag het er aanvankelijk uit) maar het bleken geen fietsen te zijn, doch heel kleine autootjes, waar de bestuurders bovenop zaten......alles scheurde kriskras door elkaar, het had veel weg van de autoscooter op de kermis. Toen ik toch schadevrij was overgestoken, bleek dat uiteindelijk onnodig, daar zich een eethuisje aan de kant van de straat bevond die ik zojuist verlaten had. Terug dus! Het eethuisje was een vrijstaand pandje, ik liep er omheen om de ingang te zoeken. Ineens ging er een raampje open, en een vrouw drukte mij een ouderwetse telefoon in de hand met de mededeling; je baas aan de telefoon. Ik pakte hem aan, en inderdaad, het was de baas, wie dat ook mocht zijn. Hij vroeg waar ik mee bezig was, en ik antwoordde dat ik nog een poosje ging werken. De telefoon gaf ik niet meer terug, maar nam hem met snoer en al mee naar binnen, door een deur die er nu ineens wel was.
Na een poosje heel onduidelijke dingen gedaan te hebben, flitste er eensklaps een video scherm aan, en mijn baas verscheen daar op. Vanuit die positie kon hij zien dat ik niet erg opgeschoten was, en besloot de samenwerking acuut te beëindigen. Nu kon ik de uitgang niet meer vinden, enkel de ingang van een Circustent. Toen ik daar naar binnen ging, maakte ik ineens deel uit van een act. Mijn taak daarin was om van Legostenen een muur te maken met een venster, en door dat venster een meisje op te vangen die daar vanaf een vliegende trapeze doorheen dook. Na elke vang moest het muurtje weer hoger worden gemaakt. Een aantal keren ging dat goed, maar op zeker moment bleef zij met haar benen haken, waardoor zij zich aardig verwondde. Ik droeg haar terug naar haar woonwagen, een dubbeldeks omgebouwde bus. Onderweg bleek dat het eigenlijk geen meisje meer was, maar een moeder van een stuk of acht kinderen, die in het ondergedeelte van de bus onderwijs kregen van hun vader. Toen hij ons zag naderen, kroop hij snel achter het stuur, en reed weg. De bus schudde zo hevig dat het eten van de kinderen, fish en Chips in een krant, van de hoedenplank (jaja Rolling Eyes ) af lazerde........

Nichols

 

Zomaar een fantasie....

Al enige tietallen jaren fantaseer ik over het feit, hoe geweldig het zou zijn wanneer er een tijdmachine zou bestaan. Een verzendunit, waarin je plaats zou nemen, een plaats en jaartal zou intoetsen, waarna het apparaat je zou opdelen in miljarden moleculen, en je met de snelheid van het licht naar de ontvangstunit zou sturen, waarna de moleculen weer tot jou geboetseerd zouden worden, en dus de sightseeing in de plaats en tijdvak van jouw keuze een aanvang zou kunnen nemen. Het spreekt voor zich dat de machine naar twee kanten kan werken, het verleden, en de toekomst, waarvoor ik voor de laatste optie zeker niet zou kiezen. Toekomstgericht ben ik nooit zo erg geweest, mijn hang naar het verleden is des te groter. Bovendien, wanneer je een leuk jaartal in de toekomst zou kiezen, bv tweeduizend tweehonderd twee en twintig, is de kans niet denkbeeldig dat je in het niets zou belanden, waardoor terugkeer in het geheel niet meer mogelijk zou zijn....ik kies dus voor het verleden!

Rotterdam en ommelanden rond negentienhonderd zou het worden, een zich tot metropool ontwikkelende havenstad, waaruit het hart en andere vitale organen, enige decennia later ruwweg zouden worden weggerukt. Het lijkt mij echt het einde om door dat verdwenen Rotterdam nog eens rond te dwalen. Op de Schiedamsche dijk zou de ontvangstunit moeten staan, warmer dan in een rosse buurt kun je haast niet ontvangen worden. Of ik de dames met een bezoek zou vereren durf ik vooraf niet te zeggen, maar dat ik een Oranjeboom of twee, drie, vier, zou nuttigen, staat nu al vast. Vervolgens zou ik richting Coolsingel wandelen, waar behalve het stadhuis, alles nieuw voor mij zou zijn. Voor het stadhuis zou ik oversteken, en waarschijnlijk in een buurt terecht komen, groot genoeg om toch nog even in te verdwalen. Mijn gevoel voor oriëntatie is altijd redelijk goed geweest, dus richting n/w aanhoudend, zou ik uiteindelijk toch bij het station DP uitkomen....

Eens kijken waar de tram mij zou kunnen brengen, met een beetje geluk één die door mijn opa staande bestuurd zou worden. Mijn opa zie ik niet, maar al zou dat wel zo zijn, hoef ik op een teken van herkenning van zijn kant toch niet te rekenen. Hooguit zou hij kunnen denken; wat lijkt die vent veel op mij! Ik besluit de tram naar Schiedam te nemen, een route die voert langs schitterende nieuwbouw straten, West Kruiskade, 2e en 1e middellandstraat, en Vierambachtstraat. Na de brug over de Delfshavense Schie wordt het wat ruimtelijk allemaal, links in de verte een schilderachtig klein stadje, Delfshaven, en rechts een enorme bouwput. Hier wordt met Rotterdamse voortvarendheid een moderne woonwijk uit de grond gestampt, Spangen genaamd. De tram rijdt nu over een dijk, met links een havengebied dat tot Schiedam behoort, en rechts een polder; Mathenesserland. Wanneer de tram Schiedam nadert, besluit ik twee haltes voor het eindpunt uit te stappen, en naar links, over een dijk, te voet mijn weg te vervolgen; richting Gorzen. Na een kwartiertje stevig doorstappen, passeer ik een scheepswerf waarvan zowat de hele personele bezetting uit mannen bestaat die in de Gorzen woonachtig zijn; Gusto. Zij die hun broodwinning daar niet vinden, doen dat in één der vele distilleerderijen.

De wijk zelf, binnenkomend over een brug, met daaronder een ingewikkelt sluizenstelsel, bestaat in hoofdzaak uit eenvoudige arbeiderswoningen, dan al zo'n dertig a veertig jaar oud. Mijn doel is de Visscherstraat, om te gaan zien hoe de woning op nr 10 er bij staat, dit omdat ik die zo'n zeventig jaar later ga kopen. Op het moment dat ik het betreffende perceel onder ogen krijg, zegt mijn verstand dat zulks onmogelijk moet zijn, maar de toekomst zal anders uitwijzen. Snel deze naargeestige wijk maar ontvluchten, ditmaal met de Paardentram. Op de Broersvest stap ik uit, en omdat ik honger begin te krijgen, op zoek naar een Chinees....jaja een Chinees, rond de vorige eeuwwisseling?

De tram naar Rotterdam maar weer pakken, op naar de Schiedamsche dijk, waar ik arriveer op het moment dat van Nelle zijn personeel, waaronder heel veel toenmalige mooie vrouwen, begint uit te spugen. Nog even een van Vollehove Stout in één der stoute kroegen, en vervolgens de tijdmachine maar weer opzoeken, waarin ik met een hongerig gevoel plaats neem.......

Nichols

 

Het ding....(waar gebeurd!)

Februarie 1963, Waalsdorpervlakte, Duingebied bij den Haag

Sinds zes weken maak ik deel uit van een beroepsopleidingsklas van het Korps Mariniers. De bivakweek waarin dit plaatsvond stond geheel in het teken van nachtelijke verplaatsingen, waarbij het gebruik van kunstlicht tot het uiterste beperkt diende te blijven. Deze bewuste nacht moeten wij ons verplaatsen op kompascoordinaten teneinde weer in het bivak te kunnen terugkeren....

Het is rond drie uur 's nachts, en met negen manschappen onder leiding van een luitenant begeven wij ons door een natuurlijk afwateringskanaal in de duinen. Uitgekomen bij een coordinaat, moet er vanaf dat punt een nieuw geschoten worden. Het nieuwe coordinaat wordt een struik die nog net zichtbaar is vanuit de greppel. Op linie naar boven, richting struik. Boven aangekomen zien wij iets vreemds. In dit onbebouwde gebied ontwaren wij duidelijk iets wat een flatgebouw in de verte zou kunnen zijn, waarvan dan bovendien in elk apartement het licht brandt......alleen, het bevond zich niet heel in de verte, maar op zo'n vijftig a zestig meter afstand. Ik liep het dichts bij de luit, en vroeg hem wat het zou kunnen zijn. Geen idee, antwoordde hij, ga jij maar kijken....de rest bleef als groep bij elkaar.

Ik loop op het ding af in de veronderstelling dat het best wel een logisch verklaarbaar iets zal blijken te zijn, wellicht een technische ruimte van het waterleidingbedrijf. Het ding, wit van kleur, en zachtgeribbelde kunststof, althans, daar leek het op, dat ruwweg zo'n zes bij viereneenhalve meter meet, en plusminus een meter twintig  hoog is, hetgeen wat er van zichtbaar is dan, staat erbij alsof het er al jaren staat in de ongeëffende grond. Rondom twee rijen ruitjes die horizontaal vrij van het zand zijn, van de derde rij zijn sommigen door het zand aan het zicht ontnomen. Rondom straalt er geel licht door de ruiten naar buiten. Ik ga op m'n knieën zitten, en tracht door een ruitje naar binnen te kijken, heel merkwaardig, veel licht, maar geen lichtbron. Ook lukt het niet om door het licht heen naar een andere kant te kijken, zelfs niet toen ik mij naar een hoek had verplaatst, waar de ruitjes het dichts bij elkaar zaten. Licht, licht, licht, in een onbegrensde ruimte. Nu krijg ik wel een vreemd gevoel over me. Ik loop terug naar de groep, en de luit vraagt wat het is. Ik haal m'n schouders op, en moet het antwoord schuldig blijven. Dan gaan we met z'n allen kijken, besluit de luit....nu met z'n allen er op af! 

Tien man hebben zich zo'n twintig minuten bezig gehouden met het object, oa ook proberen elkaar te zien door de ruitjes, zonder positief resultaat, wij hebben op het ding gelopen, beklopt, van alles. Ook de luit is geintrigeerd door het object, en deelt mee dat wanneer het licht wordt wij teruggaan. Dat gebeurt ook....maar het ding is weg, niets duidt er op dat er ooit iets gestaan heeft, letterelijk spoorloos verdwenen!

Nichols

 

Een beetje maffe, maar toch ook weer leuke droom....

Na aanvankelijk wat schimmig bezig te zijn geweest, bevond ik mij in een straat, dichtbij waar eens mijn ouderlijk huis stond. Mijn aandacht werd getrokken door een vreemd uitgedost mannetje in een Maja de Bij shirt, die bezig was stickers op lantaarnpalen te plakken. Ik liep op één der palen af om een sticker te lezen, en verbaasde mij over hetgeen er op stond. Het publiek werd er nl in opgeroepen om mij te beletten computerspelletjes te spelen. Stomverbaasd was ik, want zelfs in mijn droom was ik mij bewust van het feit, dat ik, behalve een pinball, nooit computerspelletjes speel. Het plakmannetje begon te dansen, en kwijlend te zingen van 'dat heb je lekker aan mij te danken, nooit meer spelletjes doen' en maakte zich vervolgens snel uit de voeten....

Ik liep verder, maar realiseerde mij ineens dat ik mijn zoon had uitgenodigd om een dvd te komen bekijken op mijn nieuwe plasma tv, dus liep ik weer richting huis. Daar aangekomen bleek mijn zoon al binnen te zitten met een blik van verontwaardiging. Heb je me hiervoor laten komen, vroeg hij wijzend naar de plaats waar het apparaat moest staan. Ik keek, en zag tot mijn ontzetting dat er wel iets stond, maar dat had weinig weg van de plasma tv. Wat er nu stond, was een jaren '50 radiotoestel met een klein schermpje met ronde hoeken. Ik begon het huis te doorzoeken, en kwam op de meest vreemde plaatsen nog veel meer van dezelfde toestellen tegen, maar geen plasma tv. Mijn zoon besloot geërgerd om thuis maar een film te gaan kijken en vertrok....

Ondertussen had mijn woning wat veranderingen ondergaan, het werd steeds ruimer....het groeide uit tot een grote hal. Ik werd geroepen door iemand, toen ik in die richting keek bleek het een zwakzinnig meisje te zijn. Ik weet wat jij zoekt, ik weet wat jij zoekt, riep zij een aantal malen achter elkaar; jij zoekt zo'n mooi plasmascherm. Ik liep naar haar toe, en toen zei zij; als je wilt dat ik  zeg waar het is, moet jij eerst seks met mij hebben. Daar bedankte ik voor, waarna zij te kennen gaf dat zij ook de plaats van het gezochte niet zou prijsgeven. Nu kwam er een jonge vrouw aangelopen die mij vragend opdroeg; ach geef ze haar zin nou, dan zit ze tenminste niet achter mijn zoon aan. Verbaasd keek ik de vrouw aan, omdat zij een leeftijd had waarop zij zeker nog geen seksbedrijvende zoon zou kunnen hebben. Toen ik dat haar te kennen gaf bezwoer zij dat dit wel het geval was. Ik wilde weglopen, maar zij verhinderde dat. Zonder dat ik rails gezien had hoorde ik het getingel van een tram, die inderdaad van achter een wand kwam aangereden. ik liep er naar toe, de vrouw voortslepend die mij nog steeds vasthield....ik stapte in, zij, mij nog steeds vasthoudend ook, samen het donker in....

Nichols

 

 



 


 





 

    
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
   



Zondag, 5 September 2010 4:19